In de tuin van de Finca waren al een aantal vogelsoorten te zien en te horen. Meest opvallend waren de Kanaries (Serinus canaria), die hun mooie zang lieten horen, o.a. vanuit een kale boom. Soms zaten er wel 10 Kanaries in die ene boom. Een andere, voor de Canarische eilanden endemische, soort is de Canarische Tjiftjaf (Phylloscopus canariensis) die we ook geregeld in de tuin hoorden. Het is een duidelijk Tjiftjaf-liedje, maar toch iets anders dan dat van de Europese Tjiftjaf. Beide soorten hebben we ook geregeld gehoord en gezien in andere gebieden van La Palma. Andere zangvogels in de tuin van de Finca waren Merel (Turdus merula ssp. cabrerae), Zwartkop (Sylvia atricapilla ssp heineken), Kleine Zwartkop (Sylvia melanocephala ssp. leucogaster).Ook het liedje van de Canarische Zwartkop is net iets anders dan dat van de Zwartkop in Nederland. ’s Nachts hoorden we geregeld een Ransuil (Asio otus ssp. canariensis) vanuit de bomen rondom Casa Amarilla.
Vanaf ons balcon hadden we in de verte zicht op een pilon (electriciteitsmast), die afwisselend als zitplaats diende voor 2 Torenvalken (Falco tinnunculus ssp. canariensis) en 2 Alpenkraaien (Pyrrhocorax pyrrhocorax ssp. barbarus). Beide soorten zijn algemeen op La Palma en je komt ze tegen zowel op zeeniveau als hoog in de bergen (bv. Los Muchachos, ruim 2400 m hoog).

Alpenkraaien zagen we geregeld in paren, maar ook in grote groepen (tot wel 50 exx.) in de omgeving van El Paso en oostelijk van Las Tricias, waar we een grote groep zagen rondvliegen en rondbuitelen (het zijn geweldige vliegkunstenaars) om wat later neer te strijken in de locale wijngaarden. De Alpenkraai is specifiek voor La Palma, en ontbreekt kennelijk op de andere Canarische eilanden.
Op de randen van de waterbekkens van de bananenplantages zagen we enkele malen een Grote Gele Kwikstaart (Motacilla cinerea ssp. canariensis).
In de hoger geleden gebieden zagen we Raven (Corvus corax ssp. canariensis). Bij elke parkeerplaats (La Cumbrecita, El Pilar, Los Muchachos) waren Raven aanwezig, meestal met z’n 2-en, en belust op het voedselaanbod van de toeristen. Soms waren ze zo tam, dat ze met de hand gevoerd konden worden. In La Cumbrecita begroef een van de Raven (een geringd exemplaar) het buit gemaakte voedsel. Gelukkig is hun voorkomen niet beperkt tot de parkeerplaatsen. In de bergen en langs de kust (7 exx. bij San Domingo) hebben we Raven zien rondzweven.

Op het eiland zijn veel duiven, gehouden door locale “duivenmelkers” of verwilderd. In de meer afgelegen rotsachtige gebieden en aan de hoge kustkliffen zagen we ook de stamouder van deze duiven, de Rotsduif (Columba livia). Een andere, veel voorkomende duivensoort is de Turkse Tortel (Streptopelia decaocto), een cultuurvolger en aanwezig in bijna alle stadjes en dorpjes. Voor echt bijzondere duivensoorten moet je naar de Laurierbossen. Op onze wandeling in de Laurierbossen van Los Tilos zagen en hoorden wij de locale bijzonderheid, de Laurierduif (Columba junoniae). Er zijn 2 soorten Laurierduiven, die gebonden zijn aan de oorspronkelijke vegetatie van de Canarische Eilanden (en Madeira), de Laurierbossen. De andere soort, Bolle’s Laurierduif (Columba bollii) , hebben we niet gezien. In het bos zagen we ook veel La Palma-vinken (Fringilla coelebs ssp. palmae), duidelijk verschillend van “onze” vinken. Bij de mannetjes zijn de blauwgrijze kop en rug, en de lichtgekleurde borst opvallend. Op sommige plekken waren ze heel tam, en net als de Raven, belust op de restjes van de lunch van de wandelaars. In de Laurierbossen zagen we ook Canarische Goudhaantjes (Regulus regulus ssp. teneriffae) en hoorden we de beginnende zang van een Merel. Ook de Buizerd (Buteo buteo ssp. insularum) liet zich horen. Ook op andere plaatsen op het eiland hebben we Buizerden gehoord en een enkele keer gezien.
De Berthelot’s Pieper (Anthus berthelotii), een aan de Duinpieper (Anthus campestris) verwante piepersoort, is een voor de Canarische eilanden endemische soort.. Wij hebben Berthelot’s Piepers op een aantal plaatsen gezien, in het noordelijk kustgebied bij San Domingo, langs de kraterrand bij Los Muchachos en aan de Ruta de los Volcanes, ten zuiden van El Pilar.
Vanuit de auto hebben we ook reigers gezien, enkele malen een Blauwe Reiger (Ardea cinerea) en eenmaal een Kleine Zilverreiger (Egretta garzetta).
Het vogelleven langs de kust is beperkt. Op een aantal plaatsen zagen wij Geelpootmeeuwen (Larus michaelis ssp. atlantis) verwant aan “onze” Zilvermeeuw (Larus argentatus). De grootste groep (ca. 40) zagen wij bij de salinas van Fuencaliente. Langs de rand van de salinas foerageerden Steenlopers (Arenaria interpres), wintergasten uit het noorden. Het blijft bijzonder hoe deze broedvogels van IJsland en Noorwegen in de grote oceaan het eilandje La Palma kunnen vinden om daar de winter door te brengen. La Palma ligt buiten de gebruikelijke trekroutes. Steenlopers zagen we ook op op de rotsen aan de kust, o.a. Playa Charco Verde. In de salinas moeten – volgens de daar geplaatste informatieborden – in de winter nog meer noordelijke trekvogels te zien zijn (o.a. Wulp (Numenius arquata), Zilverplevier (Pluvialis squatarola), verschillende soorten Strandlopers Calidris spec.)) maar die waren nu niet aanwezig. Ook Flamingo’s (Phoenicopterus ruber) pleisteren met enige regelmaat in de salinas.
Terugkijkend op ons verblijf op La Palma waren we blij verrast door de diversiteit aan vogels die we konden observeren.
Een verslag van Jan P.C. de Bruin uit Haarlem die van 18 december 2015 tot 1 januari 2016 op La Palma te verbleef aan de westkust van het eiland, ten zuidwesten van Todoque.
Waarnemingen vogels op La Palma
Reactie: Eric Maryniak, 7 de noviembre de 2024
Een prachtig verslag van deze mede-mug (Haarlemmers zijn muggen!) — ik kende het overigens al uit onze eerdere mailwisselingen.
Keurig hoe Jan niet alleen de wetenschappelijke/Latijnse soortnamen correct schrijft (genus met Hoofdletter, species gewoon), maar ook cursief.
Zoals dit hoort volgens biologische wetenschappelijke afspraken over publiceren van wetenschappelijke soortnamen.
En: hij vermeldt ook nog eens in veel gevallen de ondersoort (ssp. = subspecies)!
Want inderdaad, La Palma kent, zoals zoveel afgelegen eilanden, vele endemen.
Niet alleen vogels trouwens, maar ook bijv. planten, waar jij al eerder in de nieuwsbrief leuk over berichtte.
En grappig hoe sommige informatie al weer achterhaald is.
Want de Vink op La Palma, en trouwens ook op Madeira en de Azoren, is nu volgens de IOC World Bird List een aparte soort!
Waarbij La Palma weer een eigen ondersoort heeft (net als La Gomera/Tenerife, Gran Canaria en El Hierro).
Op La Palma is de Vink nu ==> Canarische Vink (ssp. palmae): Fringilla canariensis palmae
En dus niet meer, zoals Jan schrijft (maar dat gold nog wel in zijn tijd) een ondersoort van “onze Vink”: Fringilla coelebs ssp. palmae.
Zie bijv. weer Observation org en uiteraard Wikipedia:
Je kunt evt. ook nog deze vogel toevoegen, eveneens een aparte soort: de Canarische Tjiftjaf!
Een ‘neefje’ van ‘onze’ Tjiftjaf in Nederland (en vasteland Europa).
Wetenschappelijke naam: Phylloscopus canariensis.
Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Canarische_tjiftjaf
En waarnemingen (algemeen): https://observation.org/species/256662/
Groetjes van een Happy Birder!